In 2020 spraken Rijk en provincies in de Bossenstrategie af dat Nederland in 2030 10 procent meer bos heeft dan in 2020, ongeveer 37.000 hectare. Uit een rondgang van Nieuwsuur blijkt dat de provincies samen pas ongeveer 4.000 hectare hebben aangeplant. Alle provincies zeggen dat ze achterlopen src:1709.
De Rekenkamer Oost-Nederland stelde op 30 september vast dat Gelderland en Overijssel hun doel met de huidige inzet niet halen src:1710. Overijssel wil 3.900 hectare extra bos en heeft er 319 gerealiseerd. Gelderland koos een lager doel van 1.700 hectare en heeft daarvan ongeveer een derde bereikt. Volgens de Rekenkamer kregen beide provincies minder geld van het Rijk dan verwacht en zijn de grondprijzen gestegen. In Overijssel verdween in tien jaar zo'n 200 hectare bos zonder dat de herplantplicht werd nageleefd. Tegelijk ligt de omvorming naar natuurbos wel op koers: Overijssel haalde het doel van 1.852 hectare al.
Boswetenschapper Bas Lerink van Wageningen University & Research zegt tegen Nieuwsuur dat het geld in het Nationaal Programma Landelijk Gebied zat, dat het vorige kabinet schrapte. Het ministerie noemt dat programma een belangrijk instrument voor de financiering, dat is weggevallen. De gedeputeerde van Overijssel wijst op schaarse grond en beperkte belangstelling voor subsidie. Lerink noemt het doel voor 2030 niet realistisch, maar vindt dat de ambitie moet blijven.
Duiding van Burgerplatform
Bos levert meer op dan hout. Het slaat CO2 op, houdt water vast, verkoelt en biedt ruimte voor biodiversiteit en recreatie. Het onderzoek naar brede welvaart in het landelijk gebied laat zien dat de lasten van omschakelen eerst bij grondeigenaren en boeren vallen, terwijl de baten later en bij de samenleving terechtkomen, zie ons eerdere bericht. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse kan laten zien dat structureel betalen voor bos als ecosysteemdienst rendabel is. Stop met prikkels die bos tot biomassa maken. Regel grond en langjarige financiering bij de bron. Handhaaf de herplantplicht met satellietbeelden.
Bron: NOS Nieuwsuur, Rekenkamer Oost-Nederland.