
Is het injecteren van een mRNA vaccin gentherapie of vaccinatie?

4-8-2026 Nieuws
Om te begrijpen waarom sommige wetenschappers, juristen en critici de mRNA-vaccins omschrijven als een vorm van gentherapie (of genetische therapie), moet er gekeken worden naar zowel de biologische werking als de juridische/regelgevende definities.
1. De biologische grondslag: de cel aanzetten tot productie
Bij een traditioneel vaccin (zoals tegen de griep of mazelen) wordt een verzwakt of gedood virus — of een kant-en-klaar eiwitfragment — in het lichaam ingebracht waartegen het immuunsysteem direct afweerstoffen aanmaakt.
Bij mRNA-vaccins werkt dit anders:
-
Inbrengen van genetisch materiaal: Er wordt een synthetische genetische code (boodschapper-RNA / mRNA) in een lipide nanodeeltje (vetbolletje) de menselijke cel binnengebracht.
-
Genetische instructie: Dit mRNA herprogrammeert de celijzeries (de ribosomen) tijdelijk om zélf een lichaamsvreemd eiwit (het spike-eiwit van het coronavirus) te gaan produceren.
-
Geen verandering van het menselijk DNA: Het mRNA dringt niet door tot de celkern en verandert het eigen DNA van de mens niet, maar het gebruikt wel de genetische machinerie van de cel om een eiwit te laten synthetiseren.
Omdat de therapie gebruikmaakt van het toedienen van een genetische sequentie ter behandeling of preventie van een ziekte, valt dit biologisch gezien onder het bredere concept van genetische interventies.
2. Juridische en regelgevende definities (regulatory frameworks)
Vóór de coronapandemie vielen mRNA-toepassingen in wetenschappelijke en farmaceutische dossiers onder de categorie "Gene Therapy Products":
-
EMA & FDA Definities: Zowel het Europese Geneesmiddelenbureau (EMA) als de Amerikaanse FDA definieerden geneesmiddelen die gebaseerd zijn op het inbrengen van recombinante of synthetische nucleïnezuren (zoals DNA en RNA) om de genexpressie of celwerking te beïnvloeden, historisch als gentherapieën.
-
Uitzonderingsclausule voor Vaccins: In de regelgeving is destijds een specifieke uitzondering gemaakt: wanneer een RNA- of DNA-product wordt ingezet tegen een besmettelijke infectieziekte, wordt het voor de regelgeving geclassificeerd als een "vaccin" in plaats van een "gentherapeuticum". Dit was primair een bestuurlijke en reglementaire keuze om toelatingsprocedures te vereenvoudigen, aangezien voor klassieke gentherapieën veel strengere, langdurige veiligheidsprotocollen en milieueffectrapportages gelden.
3. Argumenten in het maatschappelijk en politiek debat
In politieke hoorzittingen en kritische beleidsanalyses (zoals ook naar voren gebracht door onder meer de Amerikaanse senator Ron Johnson tijdens verhoren over de coronapandemie) wordt de term gentherapie om de volgende redenen gebruikt:
-
Transparantie over het werkingsmechanisme: Critici stellen dat het publiek werd verteld dat het om een "klassiek vaccin" ging (dat besmetting en overdracht direct zou stoppen), terwijl de werkwijze via cel-herprogrammering meer verwantschap vertoont met gentherapeutische platforms.
-
Risicoprofiel en toelating: Door het product juridisch als "vaccin" te kwalificeren, kon het via versnelde noodprocedures (Emergency Use Authorization) worden goedgekeurd. Als het als gentherapie geëvalueerd had moeten worden, hadden er langdurigere onderzoeken moeten plaatsvinden naar bijvoorbeeld de verspreiding van het mRNA door het lichaam, de duur van de spike-eiwitproductie en mogelijke langetermijneffecten.
Samenvatting
Het mRNA-vaccin kan dus een genetische therapie worden genoemd omdat het gebruikmaakt van synthetisch genetisch materiaal om menselijke cellen aan te sturen een specifiek eiwit te produceren. Waar het medisch-technisch gezien op het snijvlak van gen- en immunotherapie zit, is de benaming "vaccin" vooral een functionele en regelgevende categorie vanwege het beoogde doel: het opwekken van een immuunrespons tegen een infectieziekte.
Deel dit bericht
Blijf op de hoogte en stem mee over voorstellen
pageviews: 7
tinyurl:
link